Koken zonder E-nummers

web loesjeVorige week kwam ik bijgaand pamflet van Loesje tegen. En, net als veel andere teksten van Loesje doen, hij raakte mij op 2 manieren. Enerzijds toverde het meteen een glimlach op mijn mond, want ‘oh, het is zo waar!’. Anderzijds zette het mij ook even weer aan het denken, want ‘oh, het is zo waar…’.

In ons huishouden zijn de E-nummers al aardig uitgebannen. Ik kook niet of nauwelijks meer met ‘pakjes of zakjes’. En áls ik bijv. nassi-kruiden gebruik, dan kijk ik altijd even op de verpakking of die zonder kunstmatige toevoegingen is. Zo heeft conimex nassi-kruiden mét en nassi-kruiden zónder smaakversterkers (ik vergeet alleen altijd of nu het doosje of het zakje de ‘juiste’ is…).

Maar wat zijn dat nu eigenlijk, smaakversterkers? En zijn ze nu echt zo slecht die E-nummers?

Smaakversterkers

Smaakversterkers zijn, de naam zegt het al, stoffen die aan een produkt worden toegevoegd om de smaak te  versterken. Ze worden veel toegepast in kant-en-klaarprodukten ter vervanging van bijv. zout. Zout is steeds meer in een kwaad daglicht komen te staan omdat het bij overmatig gebruik bloeddrukverhogend werkt.

Ook worden smaakversterkers veel toegepast omdat er dan ‘lekker’ op de produktiekosten bespaard kan worden; het is goedkoper in gebruik dan echte kruiden. Dat alles een beetje hetzelfde gaat smaken nemen we kennelijk op de koop toe?

Gistextract

En dus gingen fabrikanten op zoek naar alternatieven. En een alternatief vonden ze oa. in gistextract. Het probleem met gistextract is echter dat het een gist is. Gisten komen van nature in ons lichaam voor. Een gist gaat echter een probleem vormen als het lichaam uit balans is. De darmflora is dan niet meer in staat om overwoekering van de gisten te voorkomen en gisten groeien uit tot schimmels. Schimmels voeden zich met suikers en zetten dat om in koolzuurgas en alcohol. Gevolg: een opgeblazen gevoel, winderigheid en buikpijn en soms ook een onaangename adem.

Gistextract heeft overigens geen E-nummer en staat daarom ook niet onder de strenge regelgeving die aan E-nummers worden gesteld.

E621

Een ander veel gebruikte smaakversterker is E621 (ook wel MSG (mono-natriumglutamaat)), een gistextract. E621 is de chemisch bereide ‘kloon’ van Ve-tsin. Ve-tsin komt oorspronkelijk uit Japan en wordt uit gefermenteerd zeewier gemaakt. E621 wordt echter uit gluten (het is overigens wel glutenvrij) of uit melasse (afval product van de suikerbereiding) bereid. Van MSG is bij dieren (muizen, ratten en cavia’s) vastgesteld dat het leidt tot overgewicht. Voor mensen zijn deze onderzoeken (mij) niet bekend. Ve-tsin wordt in de Aziatische keuken veel gebruikt. Dat is voor velen hét argument om ervan uit te gaan dat het dus voor de mens ongevaarlijk is. De gemiddelde Europeaan krijgt immers maar 1/3 binnen van wat de gemiddelde Aziaat binnenkrijgt. Je kunt het dan ook gewoon in het kruidenrek vinden in de supermarkt.

Toch ben ik op mijn hoede als ik deze smaakversterker op een verpakking tref.

Veel gehoord argument tegen E621 is nl. dat het zou maken dat je meer van het produkt gaat eten. Dat bleek in ieder geval het geval met die muizen. En eerlijk is eerlijk, wie kent niet het verschijnsel dat áls een zak chips opengaat, deze niet meer wordt gesloten voordat hij op is…. Afgezien van de naturel chips zit in alle andere variëteiten E621 als smaakversterker. (Ergo: bij naturel chips kan je dus in ieder geval niet de schuld geven aan de smaakversterkers! 😉 )

Er zijn ook aanwijzingen dat E621 neuro-toxisch is, het beschadigt de hersenen. Door gezond en gevarieerd te eten zouden we voldoende neuro-beschermende stoffen binnenkrijgen. Maar het is dan natuurlijk wel de vraag of de voeding voldoende gezond en gevarieerd is…

E-nummers slecht?

E-nummers zijn niet per definitie slecht. Sterker nog, het systeem van E-nummers is juist in het leven geroepen om ons te beschermen. Een stof krijgt pas een E-nummer toegekend als door de EFSA (de Europese Voedselveiligheids autoriteit) is vastgesteld dat het veilig is. Gekeken wordt daarbij naar de ADI (aanvaardbare dagelijkse inname). Probleem is echter wel een beetje dat de stoffen individueel worden beoordeeld en dat er niet gekeken wordt wat er gebeurt als je in je dagelijkse voedingspatroon E-nummers stapelt. Of wat er gebeurt als je tekorten hebt aan bepaalde voedingstoffen (vitaminen, mineralen etc.) en je weerstand is verminderd. Kan je lichaam er dan nog wel mee omgaan?

Overigens staan E-nummers niet altijd voor chemisch bereide stoffen. Dat kunnen ook heel goed natuurlijke stoffen zijn, zoals E120 die door Loesje wordt genoemd. E120 is karmijnzuur, een natuurlijk organisch, dierlijk pigment dat een naar paars zwemende, rode kleur geeft (voor meer info kijk op Wikipedia).

En dus…

Dat we met E-nummers en smaakversterkers voorzichtig moeten zijn staat voor mij inmiddels wel als een paal boven water. Persoonlijk vind ik dat in een uitgebalanceerde voeding zoveel mogelijk natuurlijke en gezonde ingrediënten gebruikt moeten worden. En veel chemisch bereide E-nummers en smaakversterkers vallen daar dus niet onder. Eerder schreef ik al eens dat ik mij hierbij graag laat inspireren door de 13 eetregels van Michael Pollan. En verder ga ik een beetje uit van de 80-20 regel: als je voor 80% uitgebalanceerd eet, kan je best eens voor 20% minder verstandig zijn.

Wat zijn jullie ervaringen met E-nummers en smaakversterkers? Mijd je ze als de pest, of vertrouw je volledig op vadertje staat die over ons welzijn waakt? Ik ben benieuwd naar jullie reacties!

(De informatie in dit blog heb ik mede gebaseerd op informatie die ik vond op de site van Natuur Diëtisten Nederland.)