Hebben goede voornemens zin?

Goede voornemensZo, dat is een mooie binnenkomer! Had jij je net voorgenomen om het dit jaar écht anders te gaan doen, trek ik je goede voornemens meteen in twijfel!? En dank je wel!

Sorry, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling. Maar ik kreeg mijn inspiratie tot het schrijven van dit stukje toen ik dit artikel las op de site van de Volkskrant. Dat wil ik graag met je delen, dus hieronder vind je een (uitgebreide) samenvatting.

Het artikel op Volkskrant.nl is van de hand van Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit. Zij heeft een boekje geschreven “Je bent wat je doet” (oa verkrijgbaar bij Bol.com).

Volgens haar houden goede voornemens alleen stand met flink wat realisme en zelfreflectie. Dat we niet altijd doen wat we van plan zijn te doen (of te laten) hangt samen met psychologische wetmatigheden. We denken vaak dat het slagen van ons voornemen afhangt van hoe vastbesloten je bent. Stel bijvoorbeeld, je bent ervan overtuigd dat je nu écht gezonder wilt leven. Omdat je motivatie zo sterk is, verwacht je dat het gaat lukken.

Mooi niet dus; hoe krachtig je intentie is blijkt nauwelijks van invloed op het daadwerkelijk uitvoeren van dat voornemen. Veel bepalender zijn alledaagse hindernissen. Het plan om gezonder te eten kan bijvoorbeeld worden belemmerd door tijdnood (toch maar een snelle hap op het station), het gedrag van anderen (‘doe niet zo ongezellig’) of verleiding (restaurant, bakker, ‘morgen doe ik weer aan de lijn’). Dit soort barrières lijken onbenullig, maar staan je nobele streven wel degelijk in de weg. Herkenbaar?

Maar je mist natuurlijk focus op je doel, geloof in jezelf, je denkt natuurlijk niet positief genoeg. De voorbeelden van beroemde mensen die hun droom op die manier verwezenlijkten zijn immers eindeloos!

Waar. Maar hoe zit het dan met het feit dat er hele volksstammen zijn die ook ergens stellig in geloven en ervoor knokken, maar evengoed niks bereiken en onzichtbaar blijven? Iemands ambities corresponderen nu eenmaal niet altijd met zijn capaciteiten….

Uiteraard is het nuttig om doelen stellen, zo zegt Roos Vonk. Het bevordert je inzet, motivatie en zelfvertrouwen. Maar er is een keerzijde: je blijft makkelijk hangen in fantasieën. Je denkt aan hoe fijn het is als je doel is bereikt en omdat de fantasie zo prettig is, sta je niet open voor informatie over wat er fout kan gaan. Of je komt überhaupt niet in actie: al mijmerend doe je niets om je droom te realiseren. Op die manier kun je een ‘eigenlijk’-persoon worden: ‘Ik heb zoveel ideeën, eigenlijk had ik schrijver moeten worden’. Zo heb je ook vreetzakken, zuiplappen, workaholics en internetverslaafden die ‘eigenlijk best kunnen stoppen’, ‘als ik het echt wil’ of ‘als ik deze moeilijke periode achter de rug heb’; en mensen die ‘eigenlijk veel beter kunnen’ – een studie, een beter beroep, een hogere functie.

Ook uit Amerikaans onderzoek onder mensen met nieuwjaarsvoornemens, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Addictive Behaviors, bleek dat de positieve denkers in feite de minste kans op succes hadden. Dromen is kennelijk niet de sleutel om je dromen werkelijkheid te maken. Moet je dan negatief denken? Nee, dat ook niet. Tobben over hoe slecht je situatie is en hoe ver je bent verwijderd van waar je wilt zijn zal je uiteraard zeker niet helpen. Je ziet alleen maar beren op de weg en raakt ontmoedigd. Je bent dan alleen maar nóg slechter af: je bereikt eveneens niks én zit ook nog eens te balen van de ellendige werkelijkheid.

Maar hoe moet het dan wel?

Er is nog een derde strategie. Haal eerst je fantasie voor de geest: wat wil je voor elkaar hebben en hoe ziet je leven er dan uit? Vervolgens denk je aan de realiteit en aan het contrast met je fantasie. Dit is minder prettig dan dagdromen, maar het is een noodzakelijke tweede stap. Hierdoor word je realistisch en bedenk je wat ervoor nodig is om de kloof van realiteit naar fantasie te overbruggen. Door het denken over obstakels komt de haalbaarheid van het doel ook in beeld. Dat kan ertoe leiden dat je onhaalbare doelen opgeeft. Ook dat is een wenselijk resultaat dat je met positief denken nooit zult bereiken.

Bij dit stuk in het artikel herken ik een hoop van de opleiding “Emotie-eten de baas” die ik onlangs volgde. Door stil te staan bij de hindernissen ga je concreter denken over wat voor actie je moet ondernemen om die hindernissen te weg te nemen. Het is dan nog maar een kleine stap naar iets dat je kans van slagen flink vergroot: een implementatieplan opstellen. Dit is een vertaling van je voornemen in concrete deelactiviteiten: wat ga je doen, wanneer, waar, met wie en hoe. Maak afspraken met jezelf en haal Pavlov erbij: Als dit gebeurt, doe ik dat. Het voornemen ‘meer bewegen’ kun je bijv. vertalen in: drie keer per week ’s avonds na het werk hardlopen. Maar ook: schrijf concreet in je agenda op welke dagen je dat gaat doen, waar, hoe laat. Ga zelfs een stap verder, om die valkuilen bij voorbaat te omzeilen. Denk dus ook aan dingen als: kan ik die avond de deur uit, is er iemand thuis voor de kinderen? Of wat als ik moe ben? Voor die gevallen bedenk je een als-dan-scenario: als het regent, dan ga ik in de sportschool op de loopband rennen; als ik een uitje heb op mijn loopavond, dan ga ik de volgende dag. Mensen die hun voornemen op deze manier specificeren, blijken beter bestand tegen afleiding en verleiding. Ook blijkt dat ze beter vasthouden aan hun plan wanneer ze tegenslag ondervinden.

Een speciaal soort als-dan-plan is jezelf herinneren aan je doel op momenten dat de verleiding het grootst is. Dit is vooral belangrijk bij voornemens waarbij je iets niet wilt doen, zoals niet meer snacken, roken, facebooken. Voor dit soort situaties moet je een plan hebben voor wat je wél gaat doen: op het feestje eet ik komkommer, in de kantine neem ik geen kroket maar salade. Dit is een goede methode om ons kinderlijke ‘ik wil het nu!’-stemmetje te overwinnen. Volg je je hogere doelen, dan heb je een langere adem nodig: je moet afzien, de beloning komt pas later. Blijf denken aan je doel en waarom je het wilt, dat geeft direct een ‘goed bezig’-gevoel: je voelt je goed omdat je géén kroket eet of omdát je in je joggingpak loopt te puffen. Je beseft dat elke hunkering naar een sigaret die je weet te weerstaan, weer een stap is op weg naar de vrijheid. Elke overwinning maakt dat je de regie in handen krijgt en meer leeft in overeenstemming met je eigen overtuigingen.

Ik vond het een interessant stuk en hoop dat jij er ook iets aan hebt? Gewoon doen dus, die goede voornemens. Maar vergeet niet om concrete stappen te zetten.

Mijn goede voornemen was om weer te gaan bloggen dit nieuwe jaar. Maar er waren een hoop hindernissen. Mijn nieuwe website is nog niet klaar, ik moet mij eerst nog een verdiepen in mailchimp om een echte nieuwsbrief op te stellen, de lijst met nieuwsbriefgeïntresseerden is nog niet af… etc. etc. etc. En dus bleef het bij een voornemen. Daarom bij deze de pen toch weer opgepakt en gewoon via de oude weg een nieuw blog. En een planning voor de volgende stappen zodat ik jullie weer regelmatig met mijn wetenswaardigheden kan verblijden. Maar daarover de volgende keer meer…